1

Ketelhuis (E.J. Ruijgplein)

bij het E.J. Ruijgplein, tegenover de Albert Heijn.

Oorkonde 250 jaar Krijgsman uit 1952, ter ere van het personeel
Oorkonde uit 1952, bij het 250-jarig bestaan. In datzelfde jaar kreeg het bedrijf het predicaat Koninklijk.

Luister naar dit verhaal

Voorgelezen door Floris

0:000:00

Gepauzeerd op 0:00 van 0:00

Je staat bij het ketelhuis en de machinekamer, het technische hart van de voormalige kruitfabriek De Krijgsman.

Je staat op het E.J. Ruijgplein, de historische entree van de kruitfabriek. Het plein is vernoemd naar E.J. Ruijg, die namens de fabriek de aan- en verkoop van gronden regelde. De geschiedenis van dit complex begint met een drama in Amsterdam.

In 1700 ontplofte de kruitmolen van Reinier van Cuyk aan het Borssenburgs Pad. Het Amsterdamse stadsbestuur besloot daarop dat er binnen de stad geen nieuwe kruitmolens meer mochten komen. Op 21 februari 1702 verleende de Vroedschap van Muiden hem vergunning om hier, op veilige afstand aan de Zuiderzee, opnieuw te beginnen. Hij doopte zijn nieuwe fabriek De Krijgsman.

Anderhalve eeuw later, in 1869, maakte het bedrijf een technologische sprong. De rosmolens, aangedreven door paarden, werden vervangen door één stoommachine van 38 pk. Die dreef via een hoofdas van zeventig meter en een stelsel van koorden en aandrijfwielen de machines in de gebouwen aan. Daardoor kwamen die gebouwen in rechte lijnen te staan: de productielijnen die de vorm van het terrein tot op vandaag bepalen. Pas in 1930 namen elektromotoren het over.

Het ketelhuis en de machinekamer leverden de energie. Tegenover het ketelhuis, langs de trekvaart, staan de voormalige directeurswoning en het koetshuis uit 1903, ontworpen door architect Jacob Frederik Klinkhamer (1854-1928). Langs het Kruitpad staan dertien voormalige dienstwoningen.

Een kruitfabriek bestond noodgedwongen uit veel gebouwen ver uit elkaar, om kettingreacties bij explosies te voorkomen. Het transport tussen de fabrieksdelen ging over smalspoorlijnen en watergangen. In 2004 viel hier definitief het doek, na 302 jaar kruitproductie.

Verdieping

Portret

Reinier van Cuyk (geboren te Amsterdam op 6 maart 1647, overleden op 6 december 1703) was de oprichter van wat later de buskruitfabriek De Krijgsman zou worden. Op 5 december 1701 kreeg hij de grond bij Muiden in eeuwigdurende erfpacht, en op 21 februari 1702 gaf de Vroedschap van Muiden hem toestemming om aan de Zuiderzee, net ten westen van de stad, een kruitmolen te bouwen. De aanleiding was praktisch: zijn voorganger aan het Borssenburgs Pad in Amsterdam was in 1700 ontploft, en het Amsterdamse stadsbestuur wilde de gevaarlijke productie buiten de stadsmuren hebben. Van Cuyk overleed bijna twee jaar na die vergunning, maar de fabriek die hij stichtte zou ruim drie eeuwen blijven bestaan, tot de definitieve sluiting in 2004.

Achtergrond

De Bredius-dynastie nam in 1831 de fabriek over (Abraham Bredius). Nazaten bleven in de leiding tot 1922. Architect Jacob Frederik Klinkhamer (1854-1928) ontwierp vanaf 1894 een reeks gebouwen voor de fabriek, waaronder het koetshuis (1903) en de schutsluis (1899, zie stop 11). Bij het 250-jarig bestaan in 1952 kreeg het bedrijf het predicaat Koninklijk (KNSF). Het plein waarop je staat is genoemd naar E.J. Ruijg, die in 2003 namens de KNSF betrokken was bij de intentieverklaring over de toekomst en de sanering van het fabrieksterrein. Bijna alle straatnamen in deze wijk verwijzen naar de fabriek; dit plein verwijst naar het moment dat de fabriek plaatsmaakte voor de wijk.