1

Ketelhuis (E.J. Ruijgplein)

bij het E.J. Ruijgplein, tegenover de Albert Heijn.

Oorkonde 250 jaar Krijgsman uit 1952, ter ere van het personeel

Luister naar dit verhaal

Voorgelezen door Floris

0:000:00

Gepauzeerd op 0:00 van 0:00

Je staat bij het ketelhuis en de machinekamer, het technische hart van de voormalige kruitfabriek De Krijgsman.

Je staat op het E.J. Ruijgplein, de historische entree van de kruitfabriek. Het plein is vernoemd naar E.J. Ruijg, die namens de fabriek de aan- en verkoop van gronden regelde. De geschiedenis van dit complex begint met een drama in Amsterdam.

In 1700 ontplofte de kruitmolen van Reinier van Cuijk aan het Borssenburgs Pad. Het Amsterdamse stadsbestuur was klaar met de gevaarlijke kruitproductie binnen de stadsmuren en zette die er prompt buiten. Twee jaar later kreeg Van Cuijk toestemming om hier, op veilige afstand aan de Zuiderzee, opnieuw te beginnen. Hij doopte zijn nieuwe fabriek "De Krijgsman".

Anderhalve eeuw later, in 1869, maakte het bedrijf een technologische sprong. De rosmolens werden vervangen door een kolossale stoommachine van 38 pk. Het Ketelhuis en de machinekamer leverden vanaf dat moment de energie voor het hele productieproces. Het koetshuis aan de overkant, uit 1903, is ontworpen door architect Jacob F. Klinkhamer en laat zien hoe groot het complex destijds was.

Een kruitfabriek bestond noodgedwongen uit veel gebouwen ver uit elkaar, om kettingreacties bij explosies te voorkomen. Het transport tussen de fabrieksdelen ging over smalspoorlijnen en watergangen. In 2004 viel hier definitief het doek, na 302 jaar kruitproductie.

Verdieping

Portret

Reinier van Cuijk (geboren te Amsterdam op 6 maart 1647 en overleden op 5 december 1703) was de oprichter van wat later de buskruitfabriek De Krijgsman zou worden. Op 21 februari 1702 gaf de Vroedschap van Muiden hem toestemming om aan de Zuiderzee, net ten westen van de stad, een kruitmolen te bouwen. De aanleiding was praktisch: zijn voorganger aan het Borssenburgs Pad in Amsterdam was in 1700 ontploft, en het Amsterdamse stadsbestuur wilde de gevaarlijke productie buiten de stadsmuren hebben. Van Cuijk overleed al een jaar na de oprichting, maar de fabriek die hij stichtte zou ruim drie eeuwen blijven bestaan, tot de definitieve sluiting in 2004.

Achtergrond

De Bredius-dynastie nam in 1831 de fabriek over (Abraham Bredius). Nazaten bleven in de leiding tot 1922. Architect Jacob F. Klinkhamer ontwierp tussen 1899 en 1916 maar liefst veertig gebouwen voor de fabriek, waaronder het koetshuis (1903) en de schutsluis (1899, zie stop 11). Bij het 250-jarig bestaan in 1952 kreeg het bedrijf het predicaat Koninklijk (KNSF).