2

Portiershuisje en Donkerbrug

langs het Kruitpad bij de Donkerbrug.

Bordje Gevarenklasse 2, explosiegevaar bij de fabriekspoort
Gevarenklasse 2 bij de poort. Wie naar binnen ging liet alles achter wat een vonk kon maken.

Luister naar dit verhaal

Voorgelezen door Floris

0:000:00

Gepauzeerd op 0:00 van 0:00

Je staat bij de Donkerbrug, op de plek van de voormalige hoofdingang van het fabrieksterrein. Vanwege het explosiegevaar gold hier een strenge toegangscontrole.

Het portiershuisje was de fysieke en juridische grens tussen de buitenwereld en het zwaar beveiligde fabrieksterrein. Het gebouwtje zelf is gesloopt. De bebouwing die je hier nu ziet is nieuw; alleen de plek bij de brug herinnert nog aan deze oude toegang.

Het constante gevaar van sympathische detonatie, kettingreacties van explosies, maakte strikte toegangscontrole noodzakelijk. Medewerkers droegen werkkleding zonder zakken of metalen knopen. Metalen voorwerpen waren verboden op het terrein. Zelfs de klompen waren speciaal gemaakt: houten of koperen pennen in plaats van ijzeren spijkers. IJzer op steen geeft namelijk een hete vonk, koper niet.

Achter de portierswoning lagen schietbanen, waar buskruit en explosieven werden getest.

Onder de kruitwerkers ging een spreuk rond die weinig aan de verbeelding overliet: "wie hier onvoorzichtig werkt, verhuist zijn dood, eer hij het merkt."

De Donkerbrug is vernoemd naar dr. ir. H.J.L. Donker, die op 1 januari 1931 zijn vader opvolgde als directeur en de modernisering van de fabriek leidde. Let ook op de dienstwoningen aan het Kruitpad (nummers 7 tot 12), in 1916 ontworpen door architect B.J. Ouendag. Ze laten de hiërarchie van het bedrijf zien: de grotere huizen waren voor de directie en de chef-machinist, de kleinere voor de arbeiders.

Je loopt hier op het Kruitpad. Buskruit is het oudst bekende explosieve mengsel, een combinatie van salpeter, houtskool en zwavel, in een verhouding van ongeveer 75 om 11 om 14. Het werd al in de 9e eeuw in China gemaakt.

Verdieping

Portret

Dr. ir. H.J.L. Donker, die op 1 januari 1931 zijn vader opvolgde als directeur van de Nederlandse Springstoffenfabriek. Er waren dus twee directeuren Donker. Leidde de modernisering van de fabriek in de twintigste eeuw, op een moment dat de internationale vraag naar kruit veranderde door de opkomst van rookarme buskruit en moderne springstoffen.

Achtergrond

Langs het Kruitpad staan dertien voormalige dienstwoningen, waarvan er zeven binnen het plangebied van de nieuwe wijk liggen. Ze werden in 1916 ontworpen door B.J. Ouendag, de architect die samen met Jacob Frederik Klinkhamer tussen 1899 en 1916 een reeks gebouwen voor de fabriek maakte, van de schutsluis tot arbeiderswoningen. Tegenover het ketelhuis, aan de kant van de trekvaart, stonden de directeurswoning en het koetshuis. De Donkerbrug was het punt waar het bewaakte terrein begon. Wie naar binnen ging leverde eerst in wat een vonk kon maken, en werken op klompen was hier geen folklore maar voorschrift.