De Wielen
bij een van de diepe waterplassen langs de oude dijk.

Luister naar dit verhaal
Voorgelezen door Floris
Gepauzeerd op 0:00 van 0:00
Je staat bij een Wiel, een diepe plas ontstaan door een dijkdoorbraak in november 1675.
De diepe waterpartijen voor je, de Grote Wiel, de Kleine Wiel en de Kromme Wae, zijn natuurlijke monumenten van de eeuwenoude strijd tegen het water. Ze ontstonden tijdens verwoestende dijkdoorbraken van de Zuiderzee in 1598, 1675 en 1702. Het Kleine Wiel ontstond bij de stormvloeden van 1598 en 1675, het Grote Wiel bij de overstroming van 1702.
Bij zo'n doorbraak stortte het water zich met zoveel kracht op het achterliggende land, dat de bodem diep werd uitgekolkt. Tijdens de Allerheiligenvloed van 1675 sloeg het water gaten tot wel 17 meter diepte. Dat is bijna zo diep als de hoogte van een gebouw van vijf verdiepingen.
Het dichten van zulke diepe kolken bleek met de toenmalige middelen onhaalbaar. Te kostbaar, te risicovol. Daarom legden de dijkenbouwers de herstelde dijk in een grillige bocht om het Wiel heen. De uitgekolkte grond werd achter de plas afgezet als een "overslagwaaier". Vandaar die kronkelende dijken.
De kruitfabriek heeft de Wielen later opgenomen in haar terreininrichting: als natuurlijke barriere tussen gevaarlijke gebouwen, en als bluswater bij brand. De straatnamen Kromme Wae, Grote Wiel en Kleine Wiel houden de geschiedenis levend.
Verdieping
Achtergrond
Tijdens de Allerheiligenvloed van november 1675 brak de Zuiderzeedijk niet alleen bij De Krijgsman door, maar ook bij Scharwoude en aan weerszijden van Muiderberg. Een "dijkleger" van duizenden arbeiders moest worden gemobiliseerd om de omliggende polders droog te houden. De ramp toont aan hoe kwetsbaar het gebied was voor de zee.